Astatotilapia burtoni 'tanganicae'

Tekst: Rense Dorenstouter

De mannen van deze cichliden kunnen 10 cm worden, de vrouwen blijven ongeveer 2 centimeter kleiner. Onderaan de pagina is een foto te zien waar een dominante met een ondergeschikte man op staan. Dit is een van de weinige niet-endemische soorten uit het meer. Maar er is wel verschil in kleur tussen die varianten. De variant uit het Tanganyikameer wordt blauw met een grote rode vlek achter de kiewen en krijgt een zwart 'masker' op de kop. De andere variant die onder andere in het Kivumeer voorkomt heeft een groengeel lichaam, en heeft een minder opvallende vlek achter de kieuw, deze is dan ook meer oranje dan rood. Ze kunnen het beste gehouden worden in een groep van minimaal 2 mannen en 4 vrouwen. Die moeten dan in een bak van minimaal 100*40*40. In het meer leven ze vooral van jonge visjes, watervlooien en ander levend voer. Verder accepteren ze droogvoer, levend voer, en diepvries voer zoals krill, mysis, cyclops, daphnia, fijngesneden stukken garnaal en mosselen. Eigenlijk eten ze alle visvoeders die er zijn.

De kweek is heel erg makkelijk. Het enige wat nodig is, is genoeg ruimte en wat schuilplaatsen voor de vrouwen met eieren. De man zal waarschijnlijk tijdelijk een territorium verdedigen, en na het afzetten zal hij dat territorium verlaten. Het vrouwtje houdt de jongen meestal 18 tot 25 dagen vast. Dat ligt vooral aan de temperatuur, hoe warmer het water, hoe korter de broedzorg. De jongen zijn voor muilbroeders zeer klein als ze geboren worden. Ongeveer een halve centimeter. Deze zijn goed te voeren met artemia, stofvoer, en als ze wat groter zijn eten ze al het gangbare voedsel, als het maar in hun bek past.

Het is een vrij rustig visje dat wel zijn mannetje staat. De man is vooral agressief als ze aan het afzetten zijn. Voor de rest zal hij niet snel een vis aanvallen. In het algemeen combineert deze vis wel goed met de meeste vissen uit het meer. De enige vissen waar hij niet goed mee zal combineren zijn grote rovers, zoals Cyphotilapia frontosa omdat de kleinere exemplaren daaraan ten prooi kunnen vallen.

aanvulling: Vissen tot enkele cm. groot kunnen als voer worden gezien, en ook planten kunnen tot het menu behoren indien er onvoldoende "groenvoer" wordt aangeboden. Dominante mannen van andere soorten kunnen het aan de stok krijgen met de man van A. burtoni. Kwetsbare soorten zoals vedervinnigen kunnen daar niet altijd goed tegen.