Altolamprologus compressiceps

Van deze vis zijn meerdere kleurvarianten bekend. De mannetjes worden 13 cm. terwijl de vrouwtjes wat kleiner blijven: 9 cm. De vissen eten voornamelijk dierlijk, waartoe ook kleine visjes behoren. Hun smalle lichaam stelt hen in staat prooidieren tot in nauwe spleten tussen de rosten te volgen. Mannetjes kunnen onderling onverdraagzaam zijn. In het wild worden ze dan ook solitair of in paartjes gezien. Ze kunnen goed overweg met grote en robuuste vissen en gedragen zich rustig. Door hun rustige gedrag kunnen ze al worden gehouden in een bak van 100 * 50 * 50. Als voedsel kan allerhande voer op dierlijke basis worden genomen. Ervaring leert dat ze ook kunnen wennen aan spirulina-vlokken, en daar goed op functioneren.

Ze zijn niet eenvoudig tot kweek aan te zetten, maar lukt het nu eenmaal, dan produceren ze bijna elke paar maanden een nest. Ze leggen in een holte tussen de rotsen of een (groot) slakkenhuis ongeveer 100-250 eitjes. Het hol wordt beschermd fel verdedigd tegen andere vissen door het vrouwtje, terwijl het mannetje het territorium bewaakt. De jonge vissen zijn groot te brengen met Artemia-naupliŽn en later fijn droogvoer en cyclops, muggenlarven etc. Het zijn langzame groeiers. Na een jaar meten ze slechts 5 centimeter.

Houdt er rekening mee, dat kleine vissen tot het menu van deze dieren behoren. Klein is in deze: wat in hun bek past.