Altolamprologus fasciatus, (Boulenger, 1898)

aquarium
(cm / ltr)
vislengte
(cm, m / v)
aantal
(m / v)
agressie
(0 tot +++)
voedsel
 
moeilijk
(0 tot +++)
130 / 200 14 / 12 1 / 1 + klein dierlijk, visjes +



Tekst: Jordy Wedding

Algemeen
Het gestroomlijnde lid van de Altolamprologinen-familie, hoewel het laatste nog te bezien valt. Er is namelijk een onderzoek gaande waaruit is gebleken dat A. fasciatus ingedeeld dient te worden in een ander of misschien zelfs zijn eigen genus. Tot dit is uitgezocht staat hij dus gewoond bekend als het slanke neefje van de calvus en compressiceps.

Altolamprologus fasciatus heeft een slanke bouw met donkere dwarsbanden, zacht blauwe ogen die geel omringd zijn en gele stippen op de kop. De gemiddelde volwassen lengte van de man betreft zo'n 14 centimeter, het vrouwtje blijft een aantal centimeters kleiner. Qua gedrag verschilt de fasciatus niet veel met de andere Altolamprologinen. Een mild karakter met af en toe een pittige uitval naar een soortgenoot. Wel is de A. fasciatus zwemlustiger, ze mogen graag een baantje trekken om vervolgens alles op hun pad, wat eetbaar en klein genoeg is om in hun bek te passen, op de typische Altolamprologus manier 'aan te vallen'. Muisstil hangen ze al bestuderend boven het slachtoffer, om vervolgens ineens toe te slaan. Dit waren bij mij meestal granulaatkorreltjes.

Qua voeding zijn ze makkelijk en ze eten dan ook vrijwel alles wat ze voor geschoteld krijgen. Ze lijken bij mogelijkheid tot kiezen wel een sterke voorkeur te hebben voor rood voer en sterk geurend voor. Spirulina vinden ze minder lekker maar het is ook niet voor niets een roofvis.

Kweek
Wat de voortplanting betreft is het een opportunist. Als er genoeg holen zijn dan wordt er in een nauwe spleet afgezet, als er slakkenhuizen aanwezig zijn zullen ze vrijwel direct voor deze gaan. De eitjes worden fel bewaakt door het vrouwtje maar zodra de larfjes vrijzwemmend zijn moeten ze voor zichzelf zorgen.

Bijzonderheden
Het is de ideale bakgenoot voor de meeste Tanganyikacichliden, alleen prefereert de A. fasciatus zelf wat minder onstuimige bakgenoten. Ze worden namelijk vrij schuw als ze met te drukke vissen worden gehouden en verstoppen zich vrijwel de hele dag. De minimale bakmaat vind ik toch wel 1.30m voor een volwassen koppel. In mijn 1.50m bak benutten ze elke centimeter dus groter dan 1.30m is zeker welkom.