Benthochromis tricoti

De naam zegt al iets over de plaats waar deze vis leeft: in de benthische (diepe) wateren. Meer hierover is bij biotopen te lezen. De vis komt voor in grote scholen op dieptes tot meer dan 150 meter. De mannetjes kunnen ruim 20 centimeter worden, de vrouwtjes blijven aanzienlijk kleiner. Vrouwelijke dieren hebben verder beduidend minder kleur en minder lange vinnen. Ze kunnen het best in een groep gehouden worden en hebben een ruim tot zeer ruim aquarium nodig. Indien in deze bak enigszins gedimt licht is, komen de kleuren het best tot hun recht. Als voedsel nemen ze bijna alles, maar omdat ze in het wild plantkon en kleine schaaldieren eten verdient het de voorkeur hoofdzakelijk voedsel van dierlijke oorsprong aan te bieden.
De kweek is slechts sporadisch gelukt. Hier een korte samenvatting van een kweekverslag dat ik vond uit 1996. Een uitgebreide versie in het Engels staat hier. De ouders zetten op een grote platte steen, die niet op de bodem ligt, een aantal eieren af die het vrouwtje in de bek neemt. Zij droeg de eieren slechts 10 dagen mee. Aangezien er op het oog onderontwikkelde jongen werden uitgespuwd, zou het kunnen zijn dat ze deze nog langer in de bek had moeten houden. Van de andere kant: de dooierzak was volledig opgeteerd. De andere jongen werden uit de bek van het vrouwtje verwijderd: het waren er weinig. Ze werden gevoerd met artemia-naupliŽn. Er bleef maar 1 jong in leven. Bij een latere kweek bleven er 2 jongen over. Deze leken groter en meer ontwikkeld.

In het wild paaien de dieren in minder dipe water (25 tot 65 meter) en is waargenomen dat mannetjes grote zandheuvels bouwen. Bij gebrek aan zand om heuvels te maken, zetten bovenop een grote rots af.
Deze vissen houden van zeer ruime, diepe aquaria met voldoende open zwemwater, zoals op deze foto uit het wild te zien is. Mannetjes vertonen territoriaal gedrag ten opzichte van elkaar.