Cyprichromis microlepidotus (Poll, 1956)

aquarium
(cm / ltr)
vislengte
(cm, m / v)
aantal
(m / v)
agressie
(0 tot +++)
voedsel
 
moeilijk
(0 tot +++)
150 / 400 13 / 11 5 / 5 0 alleseter +



Tekst: Edwin Kuyntjes

Algemeen
Cyprichromis microlepidotus is een van de minst gehouden maar tegelijkertijd de meest gevarieerde soort van de gehele Cyprichromis-familie. Het aantal vangplaatsen en het aantal verschillende varianten zijn enorm. Ook de mannen onderling verschillen meestal in kleurtekening; dit maakt de vis vrij bijzonder ten opzichte van andere Tanganyikacichliden en zelfs ten opzichte van vissen uit andere werelddelen. Deze vrij rustige Cyprichromis-soort heeft iets meer ruimte nodig dan de rest van hun familie omdat ze kwetsbaarder zijn. Gevolg hiervan is dat ze meer uitwijkmogelijkheden verlangen. Onderling zijn ze kalm tot redelijk verdraagzaam, de verscheidene varianten kunnen ook verschillend gedrag vertonen. Zo hield de Mabilibili-variant bij de auteur zich graag op tussen de rotsen, waar de Bemba-variant liever in het open water verbleef. Deze laatste is ook een stuk agressiever dan de Mabilibili. Dit zogenaamd "agressieve" staat lang niet in verhouding tot die van andere Cyprichromis-soorten; het is een brave vis waar weinig problemen mee te verwachten zijn. Voor de grootte van de groep geldt: hoe meer hoe beter, maar tien exemplaren is wel het minimum omdat het een groepsvis betreft.

Kweek
De kweek gaat niet zo snel en gemakkelijk als met de meeste andere Cyprichromis-soorten. Het broedgedrag is vrijwel identiek: het vrouwtje neemt de eieren en jongen ongeveer een maand in haar bek om ze dan voorgoed uit te spuwen. De jongen zullen in beginsel bij elkaar te vinden zijn. Zodra ze zich na enige groei veiliger wanen, zullen ze zich bij de grotere exemplaren voegen.

Bijzonderheden
Omdat er binnen de vele verschillende vangplaatsen ook nog eens zoveel kleurvarianten te zien zijn, zorgt de aanschaf van een groepje van deze jonge dieren altijd voor een unieke en kleurrijke verrassing!