Lepidiolamprologus kendalli


Aan het uiterlijk, maar ook aan de tanden kunnen we het zien: dit is een echte rover. Met een lengte tot 20 cm. (de vrouwtjes blijven wat kleiner) en de gestrekte lichaamsvorm is de vis in staat snel toe te slaan en kleinere cichliden buit te maken. Ander dierlijk (eirwitrijk) voedsel wordt ook gegeten. Door het dieet en afmetingen, maar zeker ook lichaamsvorm en tekening, is de vis goed te houden in combinatie met Cyphotilapia frontosa. Het mag voor zich spreken dat een aquariumlengte vanaf 2 meter voor deze vis geen overbodige luxe is. Ze worden vaak als eenling gehouden, omdat ze ook in het wild solitair aangetroffen worden, en omdat het vormen van een paar vaak moeilijk is. De vissen kunnen dan erg veel agressie naar elkaar tonen, en de meeste aquaria zijn onvoldoende ruim om meerdere exemplaren te huisvesten zodat zich een paar kan vormen. Heeft zich eenmaal een paar gevormd, dan zullen ze elkaar meestal goed blijven verdragen. Soortgenoten zijn vervolgens niet meer veilig voor het paar. In de natuur leven ze op diepten van 5 meter tot grote diepten, in het zuiden van het meer. Ze leven tussen en boven grote rotsen. De variant uit Nkamba bay - L. kendalli "Nkambae" of L. kendalli "Nkamba Bay" (ook wel ten onrecht aangeduid als Lepidiolamprologus nkambae) is populair doordat deze wat meer uitgesproken kleuren heeft dan L. kendalli. Afgebeeld is de plaatsvariant Lepidiolamprologus kendalli "Nkambae" (beide foto's).

Buiten de lengte van de volwassen dieren is er geen verschil tussen man en vrouw te zien zonder de genitaalpapil te bekijken. Als zich eenmaal een paar heeft gevormd, zullen er regelmatig eitjes worden afgezet in een holte in de buurt van de bodem. Een legsel kan tot 500 eieren bevatten, hoewel dit aantal beduidend minder is bij jonge ouders. Vanaf een lengte van 10 cm. zijn ze geslachtsrijp. Het vrouwtje neemt de directe zorg voor het legsel en larven op zich terwijl het mannetje de omgeving bewaakt. Na 2 dagen komen de eitjes uit, en na een week zwemmen de jongen vrij en gaan ze op zoek naar voedsel in de omgeving van het nest. Ze kunnen dan al worden gevoerd met Artemia-naupliŽn en fijngewreven droogvoer.

Viseter! Daarnaast is er ook sterke agressie binnen de soort.