Lepidiolamprologus pleuromaculatus

Tekst: Mark Ros

Om meerdere redenen een bijzondere Tanganyikameer bewoner. In de eerste plaats omdat deze vis niet of nauwelijks wordt aangeboden in de handel, maar natuurlijk ook om zijn bijzondere gedrag!

Deze vissen zijn afkomstig uit het noordelijkste deel van het meer. Dat is dan ook het enige deel van het meer waar ze voorkomen en de meeste vissen die voor de hobby geƫxporteerd werden komen uit Bujumbura (Burundi). Ze leven daar in de ondiepere, rotsachtige en sedimentrijke wateren.

Hoewel ze een flink temperament hebben zijn ze niet onverdraagzaam, zowel naar soortgenoten als naar andere vissen is er nauwelijks agressie. Wel zijn het echte rovers, die elke vis die enigszins in de bek past voor voer zullen aanzien. Het is dan ook een echte piscivoor (viseter) die in de natuur leeft van het vrij zwemmende jongbroed van andere vissen, maar ook (jonge) slakkenhuiscichliden staan op het menu. Aan de tanden (foto hieronder) en lichaamsbouw is te zien dat ze hiertoe volledig zijn uitgerust. De tanden zijn een soort weerhaakjes, die het een eenmaal gevangen vis vrijwel onmogelijk maken nog te ontsnappen. De torpedovorm van het lichaam maakt het mogelijk om zeer korte maar razendsnelle zwembewegingen te maken. De maximum lengte ligt rond de 11 centimeter. De kleur van de vissen is heel genuanceerd, de grondkleur is geel/bruin met op het lichaam en de kop wat iriserende strepen en vlekjes. Dat maakt de kleuren vooral in het (zon)licht erg mooi. Op de voorzijde, achter de kieuwen, op het midden en bij de staartwortel van het lichaam is een bruinige vlek te zien. Deze vlek verdwijnt of is meer zichtbaar naar gelang de gemoedstoestand van de vis verandert. In het aquarium zijn ze goed te wennen aan diepvries- en droogvoer, maar om het jachtgedrag te kunnen zien is het zeer aan te raden af en toe wat levende kleine vissen te voeren!

Het geslachtsonderscheid is slechts mogelijk door vergelijking van de geslachtsopening, uiterlijk zijn er geen verschillen. Mogelijk worden mannetjes iets groter dan de vrouwtjes. De soort is in het aquarium nog maar weinig nagekweekt. In het meer schijnen de mannetjes soms meerdere vrouwtjes te onderhouden, waarbij het mannetje dan een kleine groep rotsen verdedigt. De eieren worden dan op een steen of in slakkenhuizen gelegd en nadat de eitjes zijn uitgekomen worden ze door het vrouwtje naar een zandkuil getransporteerd en bewaakt

In tegenstelling tot wat de uiteindelijke lengte doet vermoeden, is dit geen vis voor het kleinere aquarium. Vanwege de hoge zwemsnelheid die ze kunnen halen, is een aquarium vanaf 150 aan te raden. Blijf opletten, dit is een viseter!