«Lamprologus» similis

«Lamprologus» similisDeze kleine slakkenhuiscichlide is één van de weinige Tanganyikacichliden die in een kleiner aquarium gedijen. Een koppeltje kan al in een bakje van 40 liter gehouden worden, maar wil hun natuurlijke gedrag volledig tot hun recht komen dan is een grotere bak waar ze met tenminste 10 stuks een kolonie kunnen vormen een vereiste. Ze zijn weinig agressief en zijn ook redelijk sterk. Als voedsel nemen ze alles tot zich dat wordt aangeboden, maar er is een duidelijke voorliefde voor voedsel als bv. ontdooide artemia en cyclops. Dit visje lijkt sterk op Neolamprologus multifasciatus (die ook in kolonies leeft), maar heeft wat grotere ogen en een duidelijkere streepjestekening: witte strepen op een donkere ondergrond. De strepen lopen tot achter het oog door. Soms wordt de similis als "Big Eye Multifasciatus" in de handel aangeboden. Ze worden tot 5 cm. groot, maar de vrouwtjes blijven wat kleiner, zo'n 4 cm..

Indien er voldoende slakkenhuisjes in de bak aanwezig zijn zal een koppel daar bezit van nemen en zo'n 30 eitjes afzetten. De similis is echter niet zo slakkenhuisgebonden als N. brevis en kan ook in een hol tussen de stenen eitjes afzetten. Als de eitjes zijn uitgekomen, blijven de jongen in de buurt van het slakkenhuis waar ze geboren zjin. Zodra er gevaar dreigt, zwemmen ze allemaal snel het veilige slakkenhuis binnen. Wanneer ouders nu eenmaal aanhet leggen zijn geslagen, kan men meerdere nesten achtereen verwachten. Zoals bij meerdere Neolamprologus-soorten en ook Julidochromis-soorten gezien kan worden, worden ook bij deze vis nakomelingen uit eerdere nesten in de buurt van het nieuwe nageslacht getolereerd door de ouders. De kleintjes kunnen worden gevoerd met allerhande fijngemaakt voer en artemia-naupliëen. Ze groeien niet echt snel. Na een aantal maanden zijn de kleintjes net één cm. groot.

Deze visjes gedragen zich vrij territoriaal in de buurt van hun eigen slakkenhuis. Wanneer er dan een nest is geweest en de nakomelingen zwermen uit, vergeet dan niet voor elke 2 dieren tenminste 1 extra slakkenhuis in de bak te doen, of de nakomelingen uit te vangen.