Phyllonemus typus, Boulenger, 1906

aquarium
(cm / ltr)
vislengte
(cm, m / v)
aantal
(m / v)
agressie
(0 tot +++)
voedsel
 
moeilijk
(0 tot +++)
60 / 60 9 2 / 2 0 dierlijk +


Tekst: Riny Gieltjes

Algemeen
Phyllonemus typus is een lid van de meerval familie "Claroteidae" zoals beschreven door Boulenger (1906). Phyllonemus typus is éééén van 3 soorten uit het genus Phyllonemus, endemisch voorkomend in het Tanganyika meer. Het is geen soort met flitsende kleuren maar heeft een koper- tot roodbruine kleur met een crème kleurige buik. De soort bereikt een grootte van 10cm. Het lichaam heeft een gestroomlijnde vorm met een zeer grote mond, groot genoeg voor het opeten van kleine vissen. Erg opvallend aan het lichaam zijn de lange baarddraden, beginnend bij de neus, waarvan de uiteinden zijn afgevlakt waardoor ze op kwastjes lijken.

Phyllonemus typus leeft in de overgangszones in de buurt van de rotsen. Watercondities moeten hetzelfde zijn als voor de meeste vissen uit het Tanganyikameer, op een temperatuur van ca. 25°C en een pH van 8. Een aquarium van 60cm is in principe al voldoende om er een koppel in te huisvesten. Het is echter beter ze in een groep van minimaal 4 stuks (2m/2v) te houden. Groepsgrootte is natuurlijk mede afhankelijk van de bakmaat en van eventuele bodem-concurrerende soorten, zoals bijvoorbeeld alen. Er kunnen in ieder geval gevechten ontstaan rondom de territoria. Daarom is het nog beter een groep van 6 te nemen, zodat de agressie verdeeld wordt. Tevens moeten er om dezelfde reden ook meer holen beschikbaar worden gesteld dan het aantal vissen.

Met de keuze voor medebewoners moet in acht worden genomen dat soorten die competitief zijn in het verdedigen van de ruimte op de bodem van het aquarium, zoals slakkenbroeders, niet geschikt zijn als medebewoners. Dat geldt tevens voor alle Neolamprologus soorten uit het "Brichardi Complex". Kleine medebewoners, zoals jongen van cichliden, worden als voer aangezien, en zullen vaak 's nachts opgegeten worden.

In de natuur staan insektenlarven en kleine vissen op het menu. In het aquarium kan men deze vis cichlidenkorrels, meervaltabletten, mysis, witte muggenlarven en garnalenmix (met mate) geven. Het voer moet wel zinkend zijn, en de vissen moeten tijd genoeg krijgen om te realiseren dat er voer beschikbaar is, speciaal wanneer ze liggen te rusten in hun comfortabele hol. Zolang het voer hen bereikt is voeren niet moeilijk. Men moet er ook zorg voor dragen dat ze niet te veel gevoerd worden, daarom hoort daar een dag in de week vasten ook bij.

Kweek
Deze meerval soort is een biparentale muilbroeder, wat betekent dat bevruchting en het opnemen van de eieren plaats vindt in de mond van éééén of beide ouders. Voor kweektoepassing kan men het beste in de lengte gehalveerde terracotta potten gebruiken met en doorsnede van plm. 10cm. Deze holen moeten zo breed zijn want alleen dan kunnen de dieren tijdens het leggen of wisselen van de eieren om elkaar heen draaien.

Bijzonderheden
Ik ben begonnen met 4 wildvang dieren (2m/2v) in een 60cm bak met als plan een kweekstel over te houden. Ze waren niet gewend aan aquariumvoer. Ik heb ze laten wennen aan aquariumvoer door ze 4 weken niet te voeren, waar ze overigens prima tegen kunnen. Je staat er versteld van hoe sterk deze vissen zijn, na 4 weken vasten waren ze niet eens sterk vermagerd.