Variabilichromis moorii (Boulenger, 1898)

aquarium
(cm / ltr)
vislengte
(cm, m / v)
aantal
(m / v)
agressie
(0 tot +++)
voedsel
 
moeilijk
(0 tot +++)
80 / 120 10 / 10 1 / 1 ++ omnivoor +



Tekst: Melchior de Bruin

Algemeen
Variabilichromis moorii (Boulenger, 1898) behoort tot de Lamprologini, maar heeft desondanks een eigen geslacht toebedeeld gekregen. V. moorii komt voor in de zuidelijke helft van het Tanganyikameer waar de soort in rotsachtige- en overgangsbiotopen wordt aangetroffen, vaak in de nabijheid van planten (zoals Vallisneria spiralis).

V. moorii kenmerkt zich door een vrij unieke hoge bouw met een relatief kleine bek. Verder zijn er een aantal kleurvarianten bekend, variërend van diepzwart (Isanga) tot lichtgeel (Sumbu). Afgebeeld is een exemplaar uit de regio van Kambwebwe, waarbij de donkerbruine kleur en felblauwe accenten op de staart- en rugvin opvallen.

V. moorii voedt zich met zoöplankton en algen: een combinatie van dierlijk en plantaardig voedsel. In het aquarium volstaat elk goed cichlidenvoer, maar cichlidenvoer met een plantaardige component is aan te raden.

Kweek
Variabilichromis moorii is een substraatbroeder, waarbij de nesten door beide ouders goed worden verdedigd. Interessant detail is hier dat de man en vrouw het territorium in subterritoria opdelen en zo elk een gedeelte beschermen. Wanneer koppelvorming waarneembaar is, zal het eerste nest niet lang op zich laten wachten. Men dient wel rekening te houden met onervarenheid van de ouders, de eerste paar nestjes. De nesten kunnen zeer groot zijn.

Bijzonderheden
Variabilichromis moorii heeft een slechte naam wat agressie betreft. De auteur van deze visbeschrijving is van mening dat deze agressie overdreven is. Wanneer V. moorii koppelgewijs wordt gehouden (wat een vereiste is; de agressie tegen soortgenoten is wel groot) is de agressie te vergelijken met die van de meeste andere vissen uit de groep van Lamprologini. Met name voor de Tanganyika-liefhebbers die (broed)gedrag hoog in het vaandel hebben, is V. moorii een ware aanwinst voor het aquarium.

Het aquarium dient voldoende holen (c.q. geschikte broedplaatsen) en een zandbodem (deze vis kan flink graven) te bevatten. Daarnaast geldt een absoluut minimum van 80cm voorruitlengte voor een koppel als enige bewoner.