Xenotilapia papilio "Tembwe", Büscher, 1990

aquarium
(cm / ltr)
vislengte
(cm, m / v)
aantal
(m / v)
agressie
(0 tot +++)
voedsel
 
moeilijk
(0 tot +++)
130 / 220 11 / 10 1 / 1 + klein dierlijk +



Tekst: Edwin Kuyntjes

Algemeen
Deze misschien wel mooiste Xenotilapia houdt van een combinatie van stenen en fijn zand. X. papilio heeft de neiging ietwat statisch rond te hangen, en houdt meer van rust dan de sterk gelijkende en wat zwemlustiger X. flavipinnis. Combineren met drukke vissen die voortdurend door het middelste gedeelte van de bak heen en weer zwemmen is dus niet aan het bevelen. Zodra de lengte van 5-6 cm bereikt wordt beginnen de vissen met vormen van koppels. Dat betekent dat ze een territorium gaan vormen dat ze stevig verdedigen tegen soortgenoten/concurrenten. Andere vissen worden grotendeels met rust gelaten. De mannetjes groeien over het algemeen sneller dan de vrouwtjes en zo zou je op jonge leeftijd het geslacht mogelijk kunnen bepalen. Of als zekerheid verlangd wordt: door op latere leeftijd de cloaca te bekijken. Het best is om deze vis als koppel te houden, in een aquarium van minstens 130 cm. Dit gaat vanzelfsprekend over een ingericht aquarium, zoals onder de meeste aquariumomstandigheden. In een kale, niet ingerichte kweekbak zonder referentiepunten is veel meer mogelijk. Het zijn gemakkelijke eters; ze eten in principe alles.

Kweek
Een koppel X. papilio heeft maar een klein plekje op het vlakke zand nodig om af te zetten, ze maken geen kraters of hoopjes zand. De ouders zijn vrij oplettend en de eitjes worden ook niet zomaar weggeroofd door bijvoorbeeld de leden van de Altolamprologus-familie. Het vrouwtje neemt de eitjes tot maximaal 30 stuks in haar bek, deze komen na 5-6 dagen uit. Ongeveer 3-4 dagen daarna geeft ze ze door aan het mannetje, die ze ook nog eens een week vasthoudt. Na het uitspuwen blijven de jongen ongeveer twee weken in de buurt van de ouders, waarbij ze, indien nodig, meestal bescherming zoeken in de bek van het grotere mannetje of beide ouders. De vis heeft de naam niet al te makkelijk te kweken te zijn. Dat zou kunnen liggen aan het feit dat ze ze zich vrij op hun gemak moeten voelen om tot afzetting te komen. Ze hebben daarvoor een prettig ingerichte bak nodig waar rust heerst en geen afleiding is van soortgenoten of teveel andere vissen. Onder goede omstandigheden kan elke 2-3 maanden een nieuw nestje verwacht worden. De jongen groeien vrij snel.

Bijzonderheden
Dit is een soort die redelijk rustig is tegen andere vissen, maar enorm agressief kan worden tegen de eigen soort. Deze vis niet combineren met andere leden van de Xenotilapia-familie die dezelfde vorm en uiterlijk hebben als zijzelf, zoals bv. X. flavipinnis. Dit is een redelijk gemakkelijke vis zolang hij bij andere soorten gehouden wordt die weinig gelijkenis vertonen. Voor de gemiddelde aquariaan is het eenvoudigst om een groter koppel aan te schaffen, of een klein groepje om daar een koppel uit te laten vormen. Let wel op dat ze hierbij voldoende ruimte in de bak krijgen, een mooie kleurenpracht in combinatie met een interessant broedgedrag is duidelijk hun specialiteit.