Xenotilapia spilopterus, Poll and Stewart, 1975

aquarium
(cm / ltr)
vislengte
(cm, m / v)
aantal
(m / v)
agressie
(0 tot +++)
voedsel
 
moeilijk
(0 tot +++)
100 / 160 12 / 11 2 / 3 + klein dierlijk, cyclops +



Tekst: Art Landman
foto's Art Landman: Xenotilapia spilopterus 'Kachese'
foto Melchior de Bruin: Xenotilapia spilopterus 'Kipili'

Algemeen
Deze biparentale muilbroeder komt in het overgangsbiotoop zand/stenen voor in onnoemelijk grote groepen aan de kusten van Zambia, Congo en Tanzania. Buiten de paarperiode zijn ze in die grote groepen te vinden boven het zand.

Het zijn prachtige levendige visjes, met hele fijne blauwe stippeltjes op de flanken. De in de hobby verkrijgbare X. spilopterus Mabilibili en Kipili heeft meer geel aan het begin van de rugvin dan de X. spilopterus Kachese. Laatstgenoemde heeft een donkerblauwe tot zwarte band aan het uiteinde van de rugvin.

Kweek
Tijdens de paarperiode claimen de stelletjes in het meer een territorium van ongeveer twee meter. De groep trekt dan naar de rotsen en splitst zich in paartjes af. Broedende paartjes zijn vrij diep in het meer te vinden op 15 tot 40 meter diepte. Het is onduidelijk of de paarperiode echt een seizoensinvloed heeft, of dat deze wordt door iets anders gestimuleerd wordt.

Bijzonderheden: Eigen ervaringen

Deze Xenotilapia blijkt bij mij in een meterbak op geen enkele wijze op een stressgevoelige vis, ze komen zelfs vlokvoer bij mijn hand weghalen. Ik heb enige tijd 5 exemplaren in een meterbak gehouden en dat ging probleemloos. Ze zijn heel actief en als ze zich prettig voelen zwemmen ze zelfs langdurig in de bovenste waterlagen. In het meer zijn ze soms ook in hoger gelegen waterlagen te vinden, op zoek naar plankton. Vanwege de beperkte ruimte van de meterbak heb ik weinig ervaringen opgedaan met medebewoners erbij. Ze hebben alleen tijdelijk 4 Cyprichromis leptosoma Utinta (1/3) zonder problemen als medebewoners gehad, maar in een meterbak zou ik toch willen aanraden om het als soort-aquarium in te richten en er geen medebewoners bij te doen. De bak was ingericht met een rotsgedeelte en ongeveer 3/4 deel zandbodem. Ze graven kleine kuiltjes in het zand en slapen op de zandbodem.

Niettemin bevinden ze zich overdag het meeste boven de rotsen. Omdat deze vissen in grote groepen voorkomen in het meer is het dan ook verstandig om ze in een groepje te houden. Je ziet ze ook bijna altijd in de nabijheid van elkaar en bij een 'bedreigende' situatie (zoals een gek die met een fototoestel voor de bak gaat zitten) zoeken ze gelijk de rotsen en de achterwand op. Ze trekken dan echt als een schooltje door de bak langs de achterwand. Ik voerde ze voornamelijk levend slootvoer, maar ook ontdooide cyclops, spirulina, cichliden vlokvoer van Sera en kleine stukjes ontdooide mossel.