Wetenschappelijke benaming

door Gerard Wijnsma

Omdat ik de naamgeving op het forum nogal eens fout of inconsequent zie gaan, even een korte opfris over soortnamen. Dit is een bewerking van een post op het forum, met de correcties naar aanleiding van de reacties en uitgebreid met wat informatie over wetenschappelijke naamgeving in het algemeen.

Binominaal systeem

Zoals eenieder is opgevallen, wordt er in de wetenschap alleen gebruik gemaakt van wetenschappelijke namen, gebaseerd op het Latijn en Grieks. Deze binominale (tweenamige) benaming is ontwikkeld om alle inconsequenties die bestaan door plaatselijke benamingen weg te halen.

met veel stippenHet systeem is ooit door de Zweedse bioloog Linnaeus (Carl von Linné) uitgedacht, hij heeft ook heel veel toen bekende soorten al zelf beschreven. De namen zijn soms rechtstreekse vertalingen uit het Latijn/Grieks, zijn soms beschrijvend (multipunctatus = met veel stippen) en soms in ere van een persoon (brichardi, naar Brichard)

De benaming bestaat uit twee delen; de geslachtsnaam (genus) en de soortnaam (species). Het genus wordt met hoofdletter geschreven, de soortnaam is altijd met kleine letter. In de literatuur wordt de soortnaam schuin weergegeven, of onderstreept als dit in het betreffende blad niet mogelijk is.

Wil je helemaal netjes doen, dan vermeld je achter de soortnaam nog de auteur die de soort het eerst beschreven heeft en het jaartal. De auteur Linneaus wordt vaak afgekort met alleen een L. Haakjes worden gebruikt als sindsdien de naamgeving van de soort is veranderd. Wanneer er twee auteurs zijn, worden beide weergegeven. Meerdere auteurs worden weergegeven met "et al", een afkorting van het Latijnse et alii, wat en anderen betekent. Ook normale literatuurverwijzingen in de tekst worden op deze wijze afgekort.

     Voorbeeld: Tropheus moorii Boulenger, 1898.

Binnen een geslacht kunnen meer soorten zijn, zoals in dit geval Tropheus duboisi, Tropheus brichardi etc. Sommige geslachten hebben maar een soort, sommige tientallen. De wetenschappers doen hun best om de naamgeving zoveel mogelijk de logica te laten volgen, via het tijdspad van de evolutie. Viel vroeger het hele meer zo'n beetje onder het genus Lamprologus, nu is het onderverdeeld in diverse kleinere genera zoals Altolamprologus, Neolamprologus, Lepidiolamprologus etc. Omdat is afgesproken het genus Lamprologus alleen voor rivierbewoners te gebruiken, moet een aantal soorten tijdelijk geparkeerd worden in «Lamprologus». (met haakjes of aanhalingstekens). Het betekent dat nog een nieuwe genusnaam beschreven moet worden.

Genusnaam en soortnaam vormen een onlosmakelijk geheel! Wanneer je de genusnaam als "globale" aanduiding van een soortgroep gebruikt kan dit, maar eigenlijk kun je de soortnaam nooit los gebruiken. Tropheus soorten vormen een zekere groep, moorii kan een andere cichlide, of ook een aal zijn, of zelfs een plant of insect (niet gevonden, maar het zou zo kunnen).

Je kunt de Tropheus soorten aanduiden als Tropheus spp. Een onbekende Tropheus soort wordt aangeduid met Tropheus sp. Waarbij de sp en spp (meervoud) een afkorting van species zijn, mag ook worden afgekort als spec.

Overigens wordt in de titel van een artikel ook vaak de klasse en familie van de onderzochte soort tussen haakjes genoemd (Pisces, Cichlidae). Dus Tropheus moorii Boulenger, 1898 (Pisces, Cichlidae).

Afkortingen

Omdat al dat getyp wel veel werk is, mag je binnen een stuk de genusnaam afkorten en de auteur weglaten ( T. moorii). Officieel is dit de minimale afkorting, korter mag niet. Hier op tanganyika.nl steekt het natuurlijk wat minder nauw. Als iemand het over een prinsesje heeft denken we echt niet aan Amalia, maar aan Neolamprologus brichardi (Poll, 1974). Om misverstanden uit te sluiten, is het aan te raden in ieder geval de soortnaam een keer volledig te vermelden met de eventuele locatie-toevoeging.

Onbekende of nog niet beschreven soorten
In de aquaristiek hebben we een probleem, de wetenschappers hebben te weinig tijd en geld beschikbaar gekregen om alle soorten wetenschappelijk te beschrijven. Een wetenschappelijke beschrijving zou in een "peer-reviewed" blad moeten staan (dit wordt anoniem gecontroleerd door vakgenoten).

Dit is tijdelijk opgelost door "fancy" soortnamen te gebruiken. Bijvoorbeeld Tropheus sp "black", of door een toevoeging op te nemen (meestal een locatie)., zoals Julidochromis marlieri Gombe. Let op dat de fancy namen en de locaties niet schuin zijn afgedrukt. Ook wordt soms de afkorting spec. aff. gebruikt, bijvoorbeeld Tropheus spec. aff. moorii, oftewel species affinis moorii.. Dat betekent: "soort gelijkend op moorii".

Wie bedenkt dit allemaal?

Tropheus sp. red MoliroFeitelijk kan iedereen die er denkt verstand van te hebben, een soort beschrijven en publiceren. Hoewel in de aquaristiek er vaak de hand mee wordt gelicht, zou je alleen soortbeschrijvingen in algemeen toegankelijke wetenschappelijke literatuur moeten accepteren. Wetenschappelijke bladen zijn zgn peer-reviewed, teksten worden anoniem becommentarieerd door vakgenoten).

Er is een centraal instituut die de "algemene" bewaking doet door een code op te stellen, de International Commission on Zoological Nomenclature http://www.iczn.org/. Men dient deze code te volgen bij de naamgeving, ook de publicatie in een toegankelijk medium is een onderdeel van de code.

Verder wordt de benaming van soorten overgelaten aan individuele wetenschappers. Voor de identificatie van een soort geldt (in het kort) wie het eerst is met de publicatie, wint. Volgens de code moet de publicatie algemeen beschikbaar zijn. Dit voorkomt dat een nieuwe soortbeschrijving alleen in een pools huis aan huis blad komt.

Musea bewaren ook zogenaamde "type-exemplaren" . Dit zijn de exemplaren die "standaard" zijn voor de soort. Het is natuurlijk mogelijk dat later blijkt dat de type exemplaren eigenlijk heel afwijkend zijn, of dat soorten beter ergens anders kunnen worden ondergebracht.

Naast een eerste identificatie is het ordenen van meer soorten iets waar taxonomen van smullen. Mits de regels gevolgd worden, staat het iedere wetenschapper vrij een pak huidige soorten te nemen en de indeling tegen het licht te houden. Zo kan op basis van genetica blijken dat bepaalde soorten toch niet gerelateerd zijn, en kunnen genera (genussen) (en hogere niveaus!) worden gesplitst of samengevoegd.

Hoe ziet de indeling er verder uit?

Een soort is niet alles, planten en dieren worden ingedeeld in verschillende categorieën. Ook de indeling van deze categorieën volgt de eisen m.b.t. de wetenschappelijke nomenclatuur. Omdat een grotere groep veel soorten bevat, zal deze indeling relatief stabiel zijn.

In het groot bestaat de indeling uit het volgende:

¨ Domein
¨ Rijk
¨ Phylum
¨ Klasse
¨ Orde
¨ Familie
¨ Geslacht
¨ Soort

Ik wil niet nader ingaan op de hoofdonderverdeling in domeinen en rijken. De probleemgevallen daar hebben met name te maken met archaebacteria, en zijn voor cichliden niet van belang. Die bevinden zich braaf in de familie Cichlidae, Orde Perciformes (baarsvormigen), Klasse Pisces (vissen), Phylum Chordata (gewervelden) en Rijk Animalia (dieren). Al kwam ik op Wikipedia tegen dat de vissen niet langer als formele groep zijn ingedeeld, en dat de klasse Actinopterygii (straalvinnigen) is. De wetenschap staat dus niet stil. Veel literatuurtitels gaan overigens nog van Pisces uit.

Zo nu en dan worden nog onderverdelingen toegepast zoals subfamilies en suborden. Ook worden geslachten soms gegroepeerd in tribus of tribe in het engels. Dit moet echter niet vertaald worden naar stam, want dat is de correct-Nederlandse benaming voor het phylum. Het is niet verplicht een tribus aan te wijzen. Voorbeelden van tribes in het Tanganyikameer zijn de

¨ Tropheini (Tropheus, Cyphotilapia, Limnotilapia, Lobochilotes, Simochromis, Petrochromis, Interochromis en Pseudosimochromis)

¨ Lamprologini (Altolamprologus, Chalinochromis, Julidochromis,"Lamprologus", Lepidiolamprologus, Telmatochromis en Variabilichromis).

Een belangrijk uitgangspunt bij de naamgeving is dat de indeling de vermoedelijke evolutie van de soorten volgt. Dit betekent dat soorten binnen één genus meer op elkaar lijken dan andere soorten. Ditzelfde geldt voor groepen op een hoger niveau.

Een belangrijk uitgangspunt bij de naamgeving is dat de indeling de vermoedelijke evolutie van de soorten volgt. Dit betekent dat soorten binnen één genus meer op elkaar lijken dan andere soorten. Ditzelfde geldt voor groepen op een hoger niveau.

De indeling is dan ook door een boom weer te geven, soorten die aan dezelfde tak zitten, zijn meer familie van elkaar dan soorten die aan andere takken zitten. Verwantschap brengt overigens ook weer een risico op kruisingen met zich mee.

Gerard Wijnsma