Water



De waterwaarden zijn niet overal in het meer hetzelfde: in de brandingszone is de pH hoger (tot 9) omdat daar door de golfslag meer CO2 (kooldioxide, koolzuurgas, koolstofdioxide) het water verlaat. Kooldioxide reageert zuur, en minder kooldioxide betekent derhalve een hogere pH. In de buurt van riviermondingen kan de pH en de hardheid weer wat lager liggen. Op grotere diepte is het water ook iets kouder. Vrijwel alle Tanganyika-cichliden voelen zich prima bij:
  • pH van 8,5 - 9,0
  • GH van 7 - 11
  • KH van 16 - 18
  • temperatuur van 24 - 26 graden
  • nitriet: minder dan 0,1 mg per liter
  • nitraat: minder dan 25 mg per liter

terug

De pH of zuurgraad is een maat voor de hoeveelheid opgeloste zuur- of alkalisch reagerende stoffen. Het bereik van de zuurgraad voor aquaria ligt tussen de 5 en de 9. Onder de 7 wordt zuur genoemd, daarboven basisch of alkalisch. Om de pH te laten dalen wordt vaak gefilterd over turf: hieruit komt looizuur vrij, dat de pH doet dalen. Dit is niet de juiste manier om de pH te verlagen, het toevoegen van osmosewater wel. Om de pH omhoog te krijgen kan natriumbicarbonaat worden toegevoegd: dit buffert de pH rond de 8,4. Loog toevoegen kan riskant zijn: het is afhankelijk van het zuurbindend vermogen hoe sterk de pH hierop reageert. Het is beter en veiliger een hogere KH te verkrijgen om de KH en pH naar Tanganyika-omstandigheden te krijgen. Zie verder hieronder.

terug

Bij de hardheid van het water kan onderscheid gemaakt worden in:

a. TOTAALHARDHEID (GH)
Deze kan weer onder verdeeld worden in:
- TIJDELIJKE HARDHEID
Tijdelijke hardheid is de hardheid veroorzaakt door de Calcium- en Magnesiumzouten van koolzuur (Calcium(bi)carbonaat en Magnesium-(bi)carbonaat). Bij verhitten verdwijnt koolzuur uit het water en slaat dat deel van het calcium en magnesium dat overeenkomt met het ontweken koolzuur neer als "ketelsteen".
- BLIJVENDE HARDHEID
Blijvende hardheid is de hardheid veroorzaakt door andere magnesium- en calcium-zouten dan carbonaten. (b.v. calciumchloride, calciumnitraat, calciumsulfaat, calciumfosfaat, magnesiumchloride, magnesiumnitraat, magnesiumsulfaat, magnesiumfosfaat.)
Deze verdwijnen door verhitten niet uit het water.
De totaalhardheid is de tijdelijke hardheid plus de blijvende hardheid.
Een maat voor de hardheid is de duitse hardheid (°DH). 1°DH komt overeen met 10 mg calciumoxide (CaO) per liter water. De hardheid wordt ook wel opgegeven in graden franse hardheid. 1°DH = 1,78°FH.

b. CARBONAATHARDHEID (KH)
Het begrip carbonaathardheid is eigenlijk een foutief gekozen benaming. De indruk wordt gewekt dat de carbonaathardheid en tijdelijke hardheid hetzelfde betekenen. Onder de carbonaathardheid wordt echter een maat voor de concentratie aan bicarbonaten (HCO3-) verstaan. Dus ook die bicarbonaten die gebonden zijn aan de niet hardmakende stoffen natrium en kalium. Het kan daarom voorkomen dat de KH van het water hoger is dan de GH. Dit komt voor als er geen calcium- en magnesiumzouten in het water aanwezig zijn (b.v. in gedemineraliseerd water, regenwater) en er wordt soda (Na2CO3) aan het water toegevoegd. Er worden dan bicarbonaten gevormd waardoor de KH stijgt en de GH nog steeds 0 blijft. Doordat bicarbonaten in staat zijn, afhankelijk van de hoeveelheid vrij aanwezige waterstofionen, waterstofionen op te nemen en af te staan en daarmee te zorgen voor een stabilisatie van de pH waarde (buffering, zuurbindend vermogen) kan bij een KH waarde beneden de 2 de pH niet constant gehouden worden waardoor een plotselinge grote daling van de pH kan optreden.
1° KH komt overeen met 30 mg NaHCO3 per liter water.
uit: Aquariumchemie, André de Graaf

terug

Het verversen van aquariumwater (tenminste 10% per week, liefst 1/3) is van belang om de oplopende hoeveelheid ammoniak, nitriet en nitraat laag te houden. Dit zijn giftige stoffen die vrijkomen na bacteriële afbraak van uitwerpselen, urine en overtollig aangeboden voedsel. Ook bij rotting komen deze stoffen vrij. Wanneer men een biologisch filter heeft, denkt men nogal eens dat water verversen niet meer nodig is, daar de in het filter aanwezige bacteriecultures deze stoffen afbreken en binden. Dat is maar half waar: cichliden produceren vaak meer uitwerpselen dat een biologisch filter kan afbreken en er komen allerlei stoffen in het aquariumwater terecht (opgelost uit stenen, bodemzand, lucht, leidingwater) die zich blijven ophopen indien er alleen water wordt bijgevuld dat verdampt is. Bovendien zijn er in een Tanganyika-aquarium vaak onvoldoende planten aanwezig om deze ongewenste stoffen vast te leggen. Let bij het verversen van water wel op de waterwaarden, die kunnen wijzigen onder invloed van het toegevoegde leidingwater. Gebruik geen regenwater: dit is erg zacht en vaak licht zuur.

terug

Het opstarten van een aquarium gebeurt vaak met allerlei middeltjes om het water "in conditie" te brengen. Vaak is dit volstrekt onnodig: leidingwater in Nederland is van zo'n kwaliteit dat allerlei 'giftige stoffen' niet aangepakt hoeven te worden (mochten we het anders drinken?). Wat wel aan te raden is, is het 'nieuwe water' in een pas opgezet aquarium te enten door wat filtermateriaal uit een langer draaiend en gezond aquarium in het nieuwe filter te plaatsen. Zo kunnen de bacteriën beginnen met het conditioneren van het water. Hiervoor zijn ook startcultures in de handel verkrijgbaar. Zorg dat het aquarium volledig is ingericht (grond goed gewassen?), en schakel alle apparatuur in. Na ongeveer 3 weken hebben de bacteriën die verantwoordelijk voor het omzetten van de afvalstof ammoniak zich voldoende ontwikkeld. Ammoniak wordt dan omgezet in nitriet, nitriet wordt omgezet in nitraat. Die laatste stof is stukken minder giftig dan de eerstegenoemde 2. De eerste vissen kunnen dan geplaatst worden. De bacteriegroei zal zich de komende weken voltooien. Plaats dus niet het complete visbestand ineens.

terug

Hoe helder het water is, is vooral te zien in grotere aquaria. Helder water krijgt men door goed te filteren (liever een te hoge filtercapaciteit dan een iets te lage), rustig te wachten nadat de bak net voor het eerst is gevuld (bezinken stofdeeltjes) en regelmatig water verversen: sommige opgeloste stoffen kunnen het water iets kleuren. Het kan ook voorkomen dat er zweefalg in de bak ontstaat: algen die eencellig zijn of uit een paar cellen bestaan. Dit kan er door de meeste filters niet uitgehaald worden. Om die reden hebben sommigen een UV-lamp in hun filter ingebouwd. Bedenk dat een UV-lamp ook bacteriën doodt. Ook de bacteriën die gunstig zijn voor het milieu in de bak. Eenvoudiger is het uitschakelen van de verlichting voor een kortere periode (paar dagen) of het aanpassen van het belichtingsschema. 12 uur licht per dag benadert de natuurlijke situatie, dus dat is meestal afdoende.

terug

Het testen van de waterwaarden kan op verschillende manieren: de meest goedkope is het meenemen van wat aquariumwater naar de aquariumspeciaalzaak: zij willen het vaak gratis testen. Omdat de kwaliteit van het water na verloop van tijd kan wijzigen, is het goed het water zo te vervoeren dat de waarden zo min mogelijk kunnen veranderen door invloeden van buitenaf. Het watermonster dient daarom in een schone, glazen pot genomen te worden, die IN de bak wordt gevuld en gesloten, zodat er geen lucht boven het water komt te staan. Verder moet deze pot donker en geïsoleerd worden vervoerd naar de winkel. Daartoe kan de pot in een aantal kranten gerold worden. (met dank aan Dina Pronk)

Er zijn ook veel sneltestjes te koop. Het gemakkelijkst is de zgn. teststrip: op een plastic strip zijn een aantal plaatsen aangebracht die verkleuren bij contact met verschillende stoffen. Hoe meer een stof aanwezig is, hoe sterker de verkleuring. De kleuren van de strip kunnen vergeleken worden met de kleuren op de verpakking. Er zijn ook tests waarbij de verschillende stoffen afzonderlijk worden gemeten in een reageerbuis na toevoeging van een stof die kleurt bij reactie. Belangrijk om in de gaten te houden zijn nitriet, nitraat, de hardheid en de pH.

terug

De juiste waterwaardes hangen met elkaar samen. Hoe nitraat en nitriet binnen de perken blijven lees je bij water verversen. Met het verhogen van de GH en KH komt de pH ook omhoog. Een goed product hiervoor is "Sera GH-KH Pond". Een eetlepel per 100 liter water (afhankelijk van de waterwaarden van het kraanwater in de regio). Van Velda zijn ook GH en KH verhogers voor de vijver verkrijgbaar, maar die middelen worden los verkocht. Bovendien heeft Sera een verpakking van 2,5 kilo, wat behoorlijk scheelt in de prijs.
Vraag bij je waterleidingbedrijf na wat de pH, hardheid en andere waarden van het leidingwater zijn. Dat scheelt een hoop experimenteren met de toe te voegen stoffen.

terug

In de natuur treden hoge temperaturen op. Daar warmt het water dan periodiek ook op. Ook in grote meren. Je zou zeggen: "een groot volume als dat van de Afrikaanse meren zal niet snel opwarmen". Maar er zijn temperatuurschommelingen in de lucht. Die warmen ook het water zelf op (vooral minder helder water bij riviermondingen). Donkere bodems warmen water ook sneller op, onder invloed van zonlicht. Net zoals je bij de waterlijn in de buurt van rotsen kan constateren. Bij bewolking is dat veel minder. Vervolgens kan door wind stroming gecreëerd worden, waardoor ook weer kouder water uit diepere waterlagen aan het oppervlak komt. Ook komt dan warmer water in diepere waterlagen. Redenen genoeg voor temperatuurschommelingen.

Hoe kunnen we een hoge aquariumtemperatuur zoveel mogelijk tegengaan?

- zorg dat er geen zonlicht de kamer of de bak binnen kan schijnen (houdt gordijnen gesloten en hang desnoods een WIT laken voor het raam om warmte-straling buiten te houden (donkere gordijnen doen dit niet goed, tenzij er een weerkaatsende laag aan de achterzijde zit)

- laat de verlichting zoveel mogelijk uit; deze produceert warmte. Transformatoren van TL-balken liefst niet in de lichtkap of onder de bak plaatsen

- trek de stekker van de (aquarium)verwarming uit het stopcontact ('s nachts wordt anders de temperatuur van de bak op 25 graden gehouden zodat de bak overdag sneller een hoge temperatuur bereikt. Tijdelijk 22 of 23 graden moet geen probleem zijn

- ventileer lichtkap en wateroppervlak: zet de kap open en maak een luchtstroom over het water. Plaats hiertoe een computerventilator (€ weinig) aan de ene zijde van de bak boven een kier tussen de dekruiten, boven het water en zet de ruit aan de andere zijde op een kier (wat filterschuim ertussen tegen springende vissen). Nu loopt er over de lengte van de bak een luchtstroom over het wateroppervlak. Er kan nu meer water verdampen; verdamping = koeling. De fan heb ik aangesloten op een oude Nokia 12V adapter (van de telefoon). Inbouwen van een ventilator aan de ene zijde van de lichtkap en aan de andere zijde een luchtopening maken is ook een optie als je een bak zonder dekruiten hebt.

- houdt ramen en deurenoverdag dicht: een tocht kan voor ons verkoelend aanvoelen, maar zet deuren en ramen pas open als de temperatuur op de thermometer (!) buiten lager is dan die binnen

- probeer zoveel mogelijk met buitenfilters te werken; binnenfilters koelen niet aan de buitenlucht maar aan het aquariumwater

- belucht elke bak extra: hoge temperatuur = minder opgeloste zuurstof: dus extra stroming aan het oppervlak, extra watercirculatie en extra beluchting met een luchtpomp en bruissteen en/of een diffusor op de uitstroomopening van de pomp.

- in geval van nood (temperatuur moet snel omlaag) kan (langzaam) kouder water toegevoegd worden. Goed mengen! Koelen met ijsklonten in het filter of ergens waar de vissen er niet bij kunnen is ook een optie, net zoals een pet-fles met bevoren water in de bak leggen. Zorg dat rondom de ijsklonten en de fles veel waterstroming is om grotere temperatuurverschillen te voorkomen.

Ga NIET te snel in de weer met het toevoegen van koud water en ijsklonten om de temparatuur naar beneden te krijgen. Water is een slechte temperatuurgeleider zodat de vissen dan in een bak zwemmen waar ze koude en warme plekken tegenkomen. Dit is niet bevorderlijk voor hun gezondheid.

terug

Hoe beperken we verlies van warmte in de winter? Aquaria kunnen op verschillende plaatsen in een huis staan. De zogenaamde "showbak" staat meestal in de woonkamer, en een stelling of de kweekbak(ken) zijn vaak in een klein kamertje of schuurtje te vinden.

Een schuurtje is meestal speciaal ingericht voor de aquaria en is, indien de eigenaar niet teveel geld aan energie kwijt wil zijn, goed geïsoleerd en door middel van 1 gaskachel verwarmd.

De aquaria in huis kunnen echter nogal wat stroom kosten om de zaak rond de 25 graden te houden. Vooral aquaria in koudere kamertjes of grotere bakken met een overloop kunnen nogal wat warmte verliezen. Met name aquaria onderaan in een stelling kunnen veel warmte aan de omgeving verliezen.

Hier volgt een opsomming van energiebesparende maatregelen:

- plaats een aquarium op een plaat tempex (piepschuim) en bevestig tegen de achter- en zijwanden aan de buitenkant ook tempex. Indien er door de bak heen direct tegen het tempex aan gekeken kan worden, schilder dan eerst de tempex in een donkere kleur. Plak alle kieren en naden goed af met bijvoorbeeld duck-tape.

- zorg voor goed sluitende dekruiten en lichtkap; we doen hier eigenlijk het tegenovergestelde van wat we in de zomer doen, namelijk de luchtstroom boven het water beperken om de verdamping (=warmteverlies) tegen te gaan en om de warmte van de bak en de verlichting binnen te houden. De lichtkap zelf zou ook geïsoleerd kunnen worden. Let op dat ze zaak niet hermetisch is gesloten, vissen moeten ook ademen!

- isoleer het (biologisch) filter ook, dit staat vaak op de grond of vlak daarbij: dat is de koudste plaats in een kamer. Buizen en slangen kunnen ook worden meegenomen.

- houdt rekening met de plaatsing van het aquarium: zorg dat het aquarium niet te dicht in de buurt van een raam staat: daar komt een koudeval vandaan. Dat geldt ook voor buitenmuren op het noorden.