ziekten etc.



TROPHEUSZIEKTE / BLOAT / FLAGELLATEN / SCHOMMELZIEKTE

ontstaan

Dit is een zogenaamde "factorenziekte". Er zijn meerdere dingen van invloed van belang bij het ontstaan van de ziekte. Deze factoren hebben vaak onderling weer met elkaar te maken. De belangrijkste factoren zijn stress en verkeerde voeding.
Hierdoor ontstaan stoornissen in de spijsvertering, die een darminfectie tot gevolg kunnen hebben. Soms gaat de ziekte heel langzaam bij een enkel dier, maar het kan ook in een razend tempo door de gehele populatie gaan. Door stress of verkeerde voeding kan de normale darmflora in de darmen uit balans raken. Daardoor kunnen flagellaten (eencellige zweepdiertjes) de darmen koloniseren. Een infectie met flagellaten zorgt voor beschadigingen van het darmslijmvlies waardoor een secundaire bacteriële infectie kan ontstaan. Waarschijnlijk kan de bacteriële infectie ook op zich staan. Omdat de infectie met flagellaten zich in rap tempo onder de vissen kan verspreiden is snel ingrijpen van belang. Daarom is het aan te raden medicijnen tegen deze ziekte altijd in huis te hebben.

verschijnselen

De vissen krijgen spijsverteringsproblemen en hangen donker gekleurd en schommelend in een hoekje, of ze verstoppen zich en vertonen gestresst gedrag. Ze hebben witte en/of slijmerige ontlasting, en halen zwaar adem. Ze eten niet, happen naar het voer zonder iets binnen te krijgen of ze spuwen het voer steeds weer uit. Ze kunnen binnen 24 uur sterven indien het een acuut ziektegeval is. De buik kan opgezwollen zijn zoals op de foto: dit heet 'bloat' in het Engels. De ziekte bestaat uit twee componenten, die al dan niet tegelijk kunnen optreden: een bacteriële infectie, en/of een infectie met flagellaten waardoor de witte ontlasting ontstaat. LET OP: lang niet alle verschijnselen hoeven (tegelijkertijd) voor te komen. Indien de ziekte zeer snel verloopt hoeft de witte of slijmerige ontlasting niet zichtbaar te zijn.

behandeling

Omdat het hier om een besmettelijke ziekte gaat, moet de hele bak behandeld worden. Zet een zieke Tropheus nooit zomaar apart: het is moeilijk deze, eenmaal genezen, weer in de groep te herintroduceren. Om de flagellaten (eencellige parasieten) te bestrijden wordt het anti-parasitaire medicijn Flagellex of Flagyl ingezet. Dit zijn middelen op basis van dimetridazol of metronidazol. De bacteriële infectie kan bestreden worden met Sera Bactopur-Direct of Aquamor-1 (beiden met nifurpirinol als werkzame stof). Deze medicijnen kunnen worden gecombineerd bij een hardnekkige of zware infectie. Bij herhaalde behandelingen van kweekgroepen moet enige voorzichtigheid in acht worden genomen: metronidazol en dimetridazol schijnen verminderde vruchtbaarheid te kunnen veroorzaken.

Wordt het middel toegepast, dan moet het na behandeling snel uit het water verwijderd worden door waterverversingen en filtering over actieve kool. Het gaat hier om middelen die micro-organismen bestrijden. Ook de nuttige, dus. Ontkoppel bij toediening dus het biologisch filter van het aquarium, maar zorg wel voor een watercirculatie door het filter heen. (NB.: voor zover bekend bij de maker van deze site zijn er geen belangrijke filterbacteriën gevoelig voor metronidazol. Dus in hoeverre het nodig is de filtratie af te koppelen is de vraag.). Door zuurstofgebrek kunnen de aanwezige bacteriecultures namelijk afsterven. Het is van belang de behandeling na een dag of vier tot een week te herhalen: in de darm zullen meestal oöcysten aanwezig zijn die geen last van die medicatie hebben. Zodra deze uitgekomen zijn, komt de herhalingskuur om die nieuwe parasieten aan te pakken, nog vóórdat ze de kans hebben nieuwe oöcysten te vormen.

preventie

- juiste voedering: alleen Spirulina-vlokken, en evt. af en toe, in kleine beetjes, cyclops. Ontdooid, natuurlijk. Er zijn veel mensen bij wie het met ander voedsel ook lukt, maar de ervaring leert dat bovenstaand voedsel het minst vaak problemen geeft.
- zo min mogelijk stress: een voldoende grote groep, voldoende ruime bak, waterkwaliteit in orde. Tropheussen moeten zo vaak mogelijk kleine hoeveelheden worden gevoerd.



WITTE STIP - Ichthyophthirius multifiliis

ontstaan

Witte stip is één van de meest bekende visziekten. Wanneer er stress is (slecht water, nieuwe vissen, vervoeren, etc. etc.) daalt de effectiviteit van het immuunsysteem: de vis wordt vatbaar voor ziekten. Huidparasieten kunnen jeuk of irritatie veroorzaken, waardoor de vissen gaan schuren. Wanneer je vermoedt dat een vis ziek is (ook zal zie je nog geen uiterlijke kenmerken): apart zetten of heel scherp in de gaten houden. De ziekte uit zich door de aanwezigheid van witte wtipjes op huid en vinnen, de stipjes zijn nog geen mm. groot. In de beginfase zullen er enkele stipjes op de vissen te zien zijn, en dag later kan dat al een explosie van stipjes zijn. Elke stip bestaat uit een parasiet, met daaromheen verdikte slijmlaag. Vaal wordt er met een beschuldigende vinger naar de winkelier gewezen als oorzaak van een stip-uitbraak; dat is in veruit de meeste gevallen onterecht: het vervoeren en overwennen naar het eigen aquarium, waar bijna altijd al stip-parasieten wachten op hun kans, levert voldoende stress op om de ziekte tot uiting te laten komen.

verschijnselen

De ziekte uit zich door de aanwezigheid van witte stipjes op huid en vinnen, de stipjes zijn nog geen mm. groot. In de beginfase zullen er enkele stipjes op de vissen te zien zijn, en dag later kan dat al een explosie van stipjes zijn. Elke stip bestaat uit een parasiet, met daaromheen verdikte slijmlaag. Aangetaste vissen zullen weinig eetlust hebben, een beetje apathisch gedrag vertonen, en met de vinnen knijpen. Opvallend is dat vaak slechts één of enkele vissoorten in het aquarium de ziekte vertonen.

behandeling

De parasiet kent een vermenigvuldigingscyclus, waarbij uit één parasiet vele nakomelingen kunnen komen; de naam "multifiliis" betekent dan ook "vele zonen". De cyclus kent een fase op de vis, een fase op de bodem en een vrijzwemmende fase. De behandeling is erop gericht tegen elke fase in actie te komen. Allereerst moet de aquariumtemperatuur verhoogd worden naar 30-32 graden Celsius. Dat lijkt erg hoog, maar met een goede extra (!) zuurstofvoorziening kunnen voor zover bekend alle Tanganyikacichliden daar goed tegen. Tijdelijk mondjesmaat voeren: de eetlust is er niet, en met een hogere temperatuur is voeding extra ballast voor het water. Daarnaast moet er zout aan het water toegevoegd worden: 2-3 gram per liter water. Neem daarvoor jodiumvrij zout (NeZo is prima). Los dit op in een emmer warm water en voeg dit in een periode van enkele uren langzaam toe. Tot slot is het goed dagelijks de bodem af te hevelen. Na een dag of 10 enkele waterverversingen om de situatie te normaliseren. Alles geleidelijk, ook de temperatuur omlaag brengen. Anders krijg je stress, en van stress krijg je... stip! Over het algemeen hebben deze maatregelen goed effect. Een enkele keer kan het voorkomen dat een stip-parasiet de hoge zoutconcentratie goed kan verdragen. Doseer dan na met FMC.

preventie

- voorkom stress: nieuwe vissen rustig overwennen
- kwetsbare soorten en wildvang met extra zorg behandelen
- kijk in de winkel (een stressvolle omgeving) of de vissen daar geen verschijnselen hebben
- waterkwaliteit altijd in de gaten houden
- niet overbevolken (hoe meer vis, hoe sneller stress, én... hoe makkelijker een parasiet een gastheer vindt!



ZUURSTOFGEBREK

ontstaan

Om te beginnen zijn veel Tanganyikacichliden zuurstofliefhebbers: ze leven op plaatsen waar de wateren rijkelijk van zuurstof voorzien zijn. Dat is in de hogere waterlagen, in de buurt van de kust en dus in de buurt van de branding. Zuurstofgebrek kan ontstaan door onvoldoende zuurstofuitwisseling aan het wateroppervlak, een te hoge temperatuur, overbevolking van het aquarium of problemen met de zuurstofopname door de vis (zie kieuwworm).

verschijnselen

- hangen onder het wateroppervlak
- snel ademhalen
- kieuwdeksels wijd opengezet
- luchthappen

behandeling

De behandeling bestaat uit het wegnemen van de oorzaak of oorzaken. Laat de temperatuur, indien nodig, geleidelijk dalen door het thermostaat anders in te stellen. Het toevoegen van koud water veroorzaakt een te snelle temperatuurdaling. Sluit een luchtpomp aan met een bruissteentje, zorg dat de uitstroom van het filter genoeg stroming veroorzaakt aan het wateroppervlak.

preventie

Zorg bij de opzet van de bak voor een goede stroming: een sterke pomp, dus. Laat de uitstroomopening net onder het wateroppervlak uitmonden, niet diep in de bak. Een diffusor kan ook gebruikt worden. Een biologisch filter met een druppelsysteem is ook goed voor de zuurstofverzadiging van het water.



NITRIETVERGIFTIGING

ontstaan

Uit het volgende rijtje komen vaak meerdere factoren voor:
- nieuw ingerichte bak en daar nieuwe vissen in
- nieuw filtersubstraat
- nieuw water
- voeren direct na aanschaf
- dode vis ergens in de bak
- overvoeren
- vleeseters plantaardig voer aanbieden

In een nieuwe bak zijn te weinig nitrificerende bacteriën aanwezig om de ammoniak/nitrietniveau's binnen de perken te houden. Daarom moet een nieuw ingerichte bak enkele weken 'rijpen'.

Daarna is het het best niet direct het gehele vissenbestand te plaatsen, maar ook de bak te laten wennen aan het opvangen van de afbraakproducten die in de uitwerpselen zitten. Dus eerst (tijdelijk) een paar vissen uit een andere bak erin plaatsen. Vooral in het filter, bodem en in het water zitten deze bacteriën. In de weken dat de bak aan vis went, kunnen de bacteriën het filter en de bak koloniseren.

Hoe nieuwer en schoner de startmaterialen, hoe langer het duurt voordat de bak biologisch gezond genoeg is om vissen te huisvesten.

Vaak is het verleidelijk nieuwe vissen al snel te voeren. Hiermee kan beter enkele dagen worden gewacht, en dat twee redenen:
1) de vissen zijn nog niet genoeg op hun gemak om goed te eten, er blijft dan voer in de bak achter
2) de vissen krijgen nu ander voedsel, dat nemen ze ook minder snel op
3) het voer dat ze opnemen wordt door stress minder goed verteerd

Niet opgegeten voer, of slecht verteerd voedsel is een bron van ammoniak (en dus ook het zeer giftige nitriet).

Stress betekent niet per definitie dat de dieren slecht zijn overgewend in het nieuwe water of iets dergelijks, ga er gerust van uit dat elke vis in een nieuwe omgeving stress heeft.

Het voeren van plantaardig voer aan vissen die vooral dierlijk materiaal eten zorgt voor nog meer belasting van het water. De carnivoren kunnen de plantaardige celwanden met hun korte spijsverteringskanaal niet verteren en scheiden dit onverteerd weer uit. Dit vormt dus weer een nitraat/nitriet-bron.

Een andere manier van het ontstaan van een vergiftiging kan bij een bestaande bak zijn: Wanneer in een bak lange tijd geen water is ververst, kan de nitraatconcentratie langzaam stijgen. De vissen die in die bak zitten kunnen daar een beetje tolerant voor worden. Maar zodra er nieuwe vissen (die die concentraties niet gewend zijn) worden bijgeplaatst, gaan juist die vissen plots dood.

Het mag duidelijk zijn dat bij een goed draaiende bak de nitraatconcentratie langzaam zal blijven toenemen in geval van overbevolking.

Wanneer een (biologisch) filter langer dan een uur heeft stilgestaan, sterven de micro-organismen door zuurstofgebrek. Er kan dus veel minder ammoniak en nitriet worden afgebroken. Bovendien begint er dan anaerobe rotting, zodat bij het inschakelen van het filter de giftige stoffen die daarbij ontstaan en masse in het aquarium terechtkomen.

verschijnselen

- zwaar ademen
- kleuren zijn vaag, de vis wordt licht of juist donker
- vis probeert uit het water te springen
- vissen gaan plots snel achter elkaar dood
- er wordt duidelijk nitriet gemeten in het water

behandeling

- ververs onmiddellijk 50% water (van max. de bestaande watertemperatuur, zeker NIET hoger, 2 graden lager kan veel minder kwaad - dag erna weer water verversen
- stop met voeren voor een aantal dagen, dan een week weinig voeren, verspreid over de dag. Het moet zeker helemaal opgegeten worden. Langzaam opbouwen.
- zorg voor extra zuurstofvoorziening, bv. door middel van een diffusor
- blijf het water testen, elke dag. Liefst vaker. Bij het vinden van meer dan een fractie nitriet: 50% water verversen
- indien mogelijk: een deel van het visbestand in een andere bak plaatsen (en niet dezelfde fout maken: nieuwe vissen in een nieuwe bak)
- zoek goed naar dode vissen: indien er een dode vis achterblijft, vormt ook deze een bron van afvalstoffen, ruim ook dode plantendelen op, en hevel vuil van de bodem af
- zorg voor voldoende zuurstof in het water en filter: nitrificerende bacteriën gebruiken veel zuurstof bij de afbraak. Sluit een luchtpomp aan met een bruissteentje, zorg dat de uitstroom van het filter genoeg stroming veroorzaakt aan het wateroppervlak.

preventie

- nieuwe bak enkele weken laten draaien op temperatuur en met planten
- nieuwe bak 'enten': doe een klein beetje filtermateriaal uit een gezonde, draaiende bak in het filter waar het aquariumwater het filtermateriaal het eerst passeert + neem een aantal emmers uit de gezonde bak voor de nieuwe bak. Ook bodemzand en stenen uit een bestaande bak gebruiken helpt
- bevolk de bak eerst met weinig en/of kleine vissen
- test na het toevoegen van de nieuwe bewoners dagelijks het water, voor zeker 2 weken. Een nitrietpiek kan vrij snel ontstaan
- ververs wekelijks 30% water
- niet op dezelfde dag water verversen en filter schoonmaken
- niet overvoeren, en niet extra veel geven voor de vakantie o.i.d.



AMMONIAKVERGIFTIGING

ontstaan

Ammoniak (NH3), is de opgeloste vorm van ammonium (NH4+), dat we de geïoniseerde vorm noemen. De ene vorm kan snel in de andere vorm overgaan, zodat de verhouding kan komen te verschuiven. Dat gebeurt bij een stijging of daling van de pH. Waar bij een pH van 7 slechts 1% van de stoffen in opgeloste vorm (NH3) is, zo is bij een pH van 9 wel 20% aanwezig in de vorm van NH3. En hierin schuilt dan ook het gevaar: NH3 is vele malen giftiger dan NH4+. Problemen kunnen dan ook ontstaan bij het (te) snel omhoog brengen van de pH. Met name vissen die in water met een hoge pH leven, komen eerder in de problemen door deze stoffen.

Ammoniak komt vrij bij afbraak van organische stoffen. Voedselresten en plantenresten die door bacteriën worden omgezet, maar ook in de urine van vissen. In een normaal, gezond aquarium is voldoende bacteriële flora aanwezig om dit afvalproduct via nitriet (ook erg giftig, zie "nitrietvergiftiging") in het minder schadelijke nitraat om te zetten. Problemen kunnen dus optreden bij een tekort aan nitrificerende bacteriën en/of een te groot aanbod van afvalstoffen. Dat laatste is bijvoorbeeld snel het geval als er ergens in het aquarium een dode vis over het hoofd gezien wordt, of als er plots te veel gevoerd wordt.

Ammoniak is giftig voor het zenuwstelsel (en dus de hersenen); vergiftiging kan tot een snelle dood leiden van vissen. Blijvende hersenschade kan ook optreden.

verschijnselen

Problemen uiten zich meestal door lusteloosheid van de vissen, ze liggen veelal op de bodem en eten niet meer. Soms happen de vissen naar lucht aan het wateroppervlak, alsof er sprake is van zuurstofgebrek. Ook kunnen vissen uit het water proberen te springen. Daarnaast is er rood/bruin-verkleuring van de kieuwen. Dat is het meest opvallend bij jonge en kleine vissen, waarvan de kieuwdeksels nog wat transparant zijn. Deze verkleuring kan ook op de huid of in de vinnen gezien worden.

behandeling

Stel eerst de juiste diagnose: meet de waterwaarden, en controleer temperatuur. Plaats een diffusor om zuurstofgebrek uit te sluiten. Zoek naar ophopingen van organische resten, voedsel en dode vissen. Plaats, indien mogelijk, de vissen in een ander, gezond, aquarium. Lukt dat niet: verversen in 3 keer 50% van het water. Indien mogelijk binnen een etmaal. Let op de juiste temperatuur en de pH. Verhoog de pH niet, buffer hooguit het toe te voegen leidingwater tot 7,5 indien leidingwater een te lage pH heeft. Blijf de dagen erna water verversen tot de testset geen ammoniak meer kan meten. Verversen op geleide van de waterwaarden! Zorg voor voldoende zuurstof in het water en filter: nitrificerende bacteriën gebruiken veel zuurstof bij de afbraak. Sluit een luchtpomp aan met een bruissteentje, zorg dat de uitstroom van het filter genoeg stroming veroorzaakt aan het wateroppervlak.

preventie

- meet regelmatig de waterwaarden met druppeltestjes
- laat een nieuw aquarium goed "indraaien"
- voeg aan een nieuw aquarium niet teveel nieuwe bewoners toe
- tel de vissen
- voer niet teveel, op de bodem mogen geen voedselresten liggen langer dan 5 minuten na het voeren
- regelmatig water verversen